|
|
|
|
OVER OPSTARTEN EN AFBOUWEN (05-08-26)
OVER OPSTARTEN EN AFBOUWEN (05-08-26)
Hoe dat gaat, na een verkwikkende vakantie: mail- en appverkeer bijlezen, bellen met je collega en de ouderling pastoraat dat je weer op je post bent. Reageren op de zorgen die er zijn, door de eerste bezoekafspraken te maken. Nadenken over de zomerpreken voor deze augustusmaand. Zo land je weer in je vertrouwde leven, waarin heel veel niet vaststaat, alleen je beschikbaarheid voor de gemeente.
Ik ben altijd graag vrij, en als ik het ben, ben ik het ook hélemaal – mijn werkmail wordt niet gelezen, mijn werktelefoon eindigt op de laatste werkdag symbolisch in een laatje om er pas op de eerste werkdag weer uit te komen. Maar ik vind het ook nooit vervelend om weer aan het werk te gaan, en me open te stellen voor wat er mag komen.
Zo ben ik nu dus alweer een paar dagen onderweg. Ik ben al aan de dienst voor aanstaande zondag bezig. Er is al geïnterviewd voor de Vertel! Ik had al een paar fijne ontmoetingen. En er zitten alweer heel veel plannen in mijn hoofd. Toch is deze na-de-vakantie-opstart anders dan alle vorige. Want dit keer start ik op om af te bouwen. De meeste bezoeken die ik nu plan, zijn afscheidsbezoeken. Het interview voor de Vertel! was de laatste in de serie, en de geïnterviewde was ikzelf, door collega Charlotte, die óók aan het afscheid nemen is. En de diensten die ik in Oostvoorne nog voor te bereiden heb, zijn op één hand te tellen. Ze zullen gaan over moed en vertrouwen, en onderweg zijn. Langer onderweg dan je had gedacht misschien wel. Maar wel met een doel voor ogen. Dat wel.
Het is de reis waarom het gaat, niet het aankomen. Dat ben ik zelf al mijn hele leven aan het leren, en ik leerde het ook deze zomer weer, tijdens de kustpadroute in Bretagne die ik nu al een aantal jaar wandel. We zijn tot halverwege gekomen, bij Brest. Telkens weer verrassen ons de vergezichten. Maar telkens weer verrassen ons ook onze eigen beperkingen – valpartijen, fysieke ongemakken. En telkens weer ook verrast ons de route, die dan weer smooth en toegankelijk is en ons dan weer, ook als we al doodmoe zijn, dwingt om helemaal naar beneden af te dalen en daarna meteen weer vijfhonderd meter omhoog. Zo gaat het. Je weet nooit wat er na de volgende bocht komt. Je weet alleen dat je gaat, en dat je vanzelf wel zult komen waar je die dag wezen moet.
Dat je vol moet houden, dat weet je. En dat je je geen zorgen moet maken voor de dag van morgen. Want elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
Marijke van Selm

|
| |
|
|
|
|