|
|
|
|
ODYSSEE (19-8-26)
ODYSSEE (19-8-26)
Dat je een dichter in je gemeente hebt, eentje wiens naam je aantreft op de poëziekalender en op een raamgedicht, dat is niet alledaags. Ik kreeg er zo een, een jaar of vijf geleden. Hij was een remigrant, zou je kunnen zeggen, want geboren in de regio en zelfs al eerder woonachtig in Oostvoorne. Na omzwervingen kwamen hij en zijn vrouw nu weer terug naar de zee, en werden lid bij ons.
Het klikte meteen. Taal, dat is toch wat dominees en dichters bindt. Over de gedachte dat poëzie en gebed eenzelfde bron hebben, schreef hij zelfs een boekje, ooit. Hij gaf het mij vandaag cadeau, net als zijn verzamelbundel met de naam Odyssee. Want het leven is een reis. En dat mag dan klinken als een tegeltjeswijsheid, het is wél zo.
Onze reis verdiepte zich in de afgelopen jaren intens, nadat Marja ziek werd, ernstig ziek, zomaar, terwijl ze altijd zo vitaal en levenslustig was. Ik was bij haar, in het ziekenhuis voor en na haar operatie, in de periode daarna van revalidatie en herstel. En bij iemand zijn is niet zomaar iets. Het is levensverhalen delen, ook degene die je aan (bijna) niemand vertelt. Het is het onvoorwaardelijke vertrouwen dat je krijgt, maar ook geeft. Het is luisteren, maar ook iets van jezelf laten zien.
Toen alles weer gewoon leek te worden, ontvouwde zich de grootste ramp die een mens kan treffen: de prachtige sprankelende dochter van Kees en Marja bleek ongeneeslijk ziek en overleed binnen korte tijd. Ik was aan de zijlijn van hun leven in die dagen, ik was bij haar afscheid op die onstuimige januaridag, ik was daarna bij gewonde, gebroken mensen, die toch doorleefden, hoe onbestaanbaar het ook is dat een mens zoiets doet. Doorleven.
Vandaag was ik bij hen om gedag te zeggen. Zo blij als ze zijn voor mij, met de nieuwe wegen die ik mag gaan bewandelen. Zo goed als het is, om de verbondenheid te beseffen waarin we met elkaar gedeeld hebben, ergens voorbij waar woorden kunnen komen. Dankjewel voor de tijd die we samen onderweg waren, schreef Kees voorin in de dichtbundel. En hij vertelde erbij dat die titel ‘Odyssee’ een suggestie was van zijn overleden dochter, vorig jaar deze tijd ongeveer. Want als iemand wist van onderweg zijn en levensreis, dan was zij het wel. Het laatste gedicht in de bundel is voor haar. Marijke heet het. Want zo heette ze. Marijke.
Dit is wat ik doe voor mijn werk.
Samen onderweg zijn.
Soms komt het mijzelf ook als bizar voor.
Marijke van Selm
publikatie is met instemming van Kees en Marja

| | terug
|
| |
|
|
|
|