|
|
|
|
TRANEN (02-09-26)
TRANEN (02-09-26)
Gisteren waren er zomaar tranen, na afloop van ons pastoraal overleg, dat het laatste was met mij erbij. Alles voor ’t laatst, deze dagen. Niet leuk. Sjanie sloot af – dat doen we altijd zo, ik opende altijd, iemand uit het team sluit af. Met een gedicht. Of een gebed. Of allebei. Sjanie deed allebei, en ze noemde onze gemeente, en ze noemde mij, en opeens moesten we allemaal een beetje huilen. Stil gingen we heen. Dankjewel dat je dat deed, schreef Wilma vanmorgen op de pastoraat-app. Het verdriet benoemen. En opdragen in gebed.
Vandaag waren er ook tranen. Het is altijd dezelfde lieve oude dame, op de afdeling voor mensen met dementie in de Leemgaarde, die tijdens het zingen haar zakdoek erbij moet halen. Eens in de maand doen we dat, op woensdagmiddag. We zingen bekende geestelijke liederen zoals ‘Daar ruist langs de wolken’ en ‘Wat de toekomst brengen moge’. Tussendoor praten we wat, wonderlijke gesprekken. Er wordt gelachen. En dus ook gehuild. Altijd door de ene dame, die niet kan vertellen waarom, en waarom zou dat ook moeten, waarom zou je überhaupt moeten vertellen wat je raakt, wat je ziel beweegt. Alsof daar woorden voor zijn! Zo gaat het niet. Laat ze maar komen, je tranen. Het geeft niet. Het is goed.
Zo zongen we. Er ging van alles mis in de planning. Het was onbeholpen. Er was onrust, om mensen die nog verwacht werden en wie weet, nog komen zouden, en wanneer dan. Er werd gelachen, gezucht, er werden tranen weggeveegd. Ron speelde piano tot het zweet hem op de rug stond.
Net buiten de groep zat S. Ze zong wel een beetje mee, maar ze kwam dit keer niet in de kring zitten, druk als ze was om te zorgen dat de baby, die wijdbeens voor haar op tafel lag, niet óók zou gaan huilen. Het lukte. De babypop bleef zoet. Dankzij het speentje, dat precies in het mondje paste. En misschien ook wel dankzij het zingen, dat die warme woonkamer eventjes vulde met troost en liefde.
Marijke van Selm

| | terug
|
| |
|
|
|
|